In het Dashboard Onderwijs-Arbeidsmarkt Technologie is er speciale aandacht voor de keuzes die mannen en vrouwen maken. Binnen het thema mbo zijn data verzameld om antwoord te vinden op de volgende vragen: welk deel van de mannen en welk deel van de vrouwen die instromen in het mbo, kiezen voor bètatechniek? In welke verhoudingen resulteert dat, en hoe zit dat per instelling? Welke sectoren (mbo-domeinen) zijn populair onder mannen, en welke onder vrouwen? Naar welke specifieke bètatechnische opleidingen trekken mannen en vrouwen toe, en in welke man/vrouw-verhoudingen resulteert dat?
De onderwijscijfers worden jaarlijks geüpdatet. Het betreft hier een update van 26 juni 2025.
M/V aandeel studenten bètatechniek in het mbo | Binnen het middelbaar beroepsonderwijs kiezen vrouwen in 2024/25 nog altijd minder vaak voor een bètatechnische opleiding dan mannen (9% versus 45%).
Qua ontwikkeling de laatste tien jaar, is een lichte toename te zien van het aandeel vrouwen dat kiest voor een bètatechnische mbo-opleiding. Het aandeel vrouwen dat kiest voor bètatechniek in het mbo was in 2014/15 7% en is in 2024/25 9%. Het aandeel mannen dat bètatechniek kiest, was in 2014/15 45% en daarmee hetzelfde als in 2024/25. Het laatste jaar is het aandeel bij vrouwen gelijk gebleven en bij mannen licht gedaald (met 1 procentpunt) ten opzichte van het jaar ervoor (2023/24).
Op niveau 1 en 4 kiezen vrouwen relatief het vaakst voor een bètatechnische opleiding, het aandeel is in 2024/25 12% op niveau 1 (t.o.v. 38% van de mannen) en 10% op niveau 4 (t.o.v. 38% van de mannen). Op niveau 2 en 3 is het aandeel iets lager, namelijk 7% van de vrouwen, terwijl mannen hier juist het vaakst voor bètatechniek kiezen (53% op niveau 2 en 58% op niveau 3).
Ratio m/v instromende studenten bètatechniek in het mbo | Binnen het bètatechnisch mbo zijn vrouwen nog altijd sterk in de minderheid. In 2024/25 bestaat de instroom in bètatechnische opleidingen voor 16% uit vrouwen en 84% uit mannen. De vertegenwoordiging van vrouwen is de afgelopen tien jaar licht toegenomen. In 2014/15 was 13% van de instromende bètatechnische studenten vrouw en 87% man.
De vertegenwoordiging van vrouwen binnen de instromende studenten van het bètatechnisch onderwijs is het hoogste op niveau 4, namelijk 26% v/74% m. Op niveau 1 is de verhouding in 2024/25 gelijk aan 18% v/82% m. Op niveau 2 en 3 is de vertegenwoordiging van vrouwen het laagste: 7% v/93% m (niveau 2) en 8% v/92% m (niveau 3).
Ratio m/v instromende studenten bètatechniek in het mbo | Het mbo kent achttien onderwijsdomeinen, waarbinnen alle opleidingen zijn ingedeeld. Bètatechnische opleidingen komen voor in twaalf van de achttien mbo-domeinen.1 De vraag is: hoe is de vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in bètatechnische opleidingen van deze twaalf domeinen? Dat zegt iets over de interesse van mannen en vrouwen in de (bètatechnische opleidingen van de) verschillende domeinen.
In de grafiek is te zien, dat er drie domeinen zijn waar vrouwen in de meerderheid zijn in de bètatechnische opleidingen. Dat zijn Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek (60% v/40% m), Media en Vormgeving (58% v/42% m) en Handel en ondernemerschap (53% v/47% m). In alle andere domeinen is de vertegenwoordiging van vrouwen juist lager dan 20%. De minste vrouwen kom je tegen bij de bètatechnische opleidingen in de domeinen Techniek en procesindustrie (4% v/96% m), Mobiliteit en voertuigen (5% v/95% m), Bouw en infra (6% v/94% m) en Informatie en communicatietechnologie (7% v/93% m).
1. De zes mbo-domeinen zonder bètatechnische opleidingen zijn Toerisme en recreatie, Uiterlijke verzorging, Veiligheid en sport, Zorg en welzijn, Economie en administratie en Horeca en bakkerij.
Ratio m/v bètatechnisch mbo naar domein | Er is een groot verschil tussen mannen en vrouwen in de keuze voor bètatechnische opleidingen binnen bepaalde domeinen van het mbo. Het is hierbij opvallend dat vrouwen vaker kiezen voor opleidingen in een specifiek domein, terwijl mannen zich meer verspreiden over verschillende domeinen. Bij deze grafiek kan worden opgemerkt, dat het totaalaantal per domein ook beïnvloed wordt door het aantal opleidingen dat wordt aangeboden.
Vrouwen die in 2024/25 kiezen voor een bètatechnische opleiding op het mbo, kiezen zeer vaak voor het domein Media en Vormgeving (2.748). Op plek 2 en 3 staan de domeinen Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek (769) en Entree (708). Het domein Media en Vormgeving kent dus zowel een hoog absoluut aantal vrouwen dat instroomt in bètatechnische opleidingen, als een grote relatieve vertegenwoordiging van vrouwen binnen de instromers (zie bovenstaande grafiek met ratio’s). Vrouwen kiezen het minst vaak voor een opleiding binnen de domeinen Transport, scheepvaart en logistiek (92), Voedsel, natuur en leefomgeving (186) en Mobiliteit en voertuigen (206).
Mannen die in 2024/25 kiezen voor een bètatechnische opleiding op het mbo, kiezen het vaakst voor een opleiding binnen het domein Techniek en procesindustrie (9.774), Informatie en communicatietechnologie (5.085) en Bouw en infra (4.133). Wederom stemt het absolute aantal overeen met de relatieve vertegenwoordiging van mannen (zie vorige ratio-grafiek). Het minst vaak kiezen mannen voor een bètatechnische opleiding in de domeinen Handel en ondernemerschap (225) en Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek (511).
Ratio m/v bètatechnisch mbo naar instelling | De ratio m/v in het bètatechnisch mbo verschilt sterk per instelling. Deze verschillen in ratio’s hangen onder andere samen met het opleidingsaanbod. Bij de meeste mbo-instellingen zijn de mannen oververtegenwoordigd in de bètatechniek, maar er zijn een aantal instellingen waar meer dan de helft van de instromers in de bètatechnische opleidingen vrouw is.
De mbo-instellingen waar in 2024/25 meer dan de helft van de studenten die instromen in bètatechnische opleidingen vrouw is, zijn C I B A P (73% v/27% m), Nimeto (68% v/32% m), SG De Rooi Pannen (67% v/33% m), en SiNTLUCAS (66% v/34% m).
De instellingen waar mannen het sterkst vertegenwoordigd zijn, en waar minder dan een op de twintig instromers in de bètatechnische opleidingen vrouw is, zijn Hoornbeeck College (1% v/99% m) en SOMA College (1% v/99% m).
Instellingen waar de vertegenwoordiging van vrouwen de afgelopen tien jaar het meest is toegenomen zijn SVO (met 20 procentpunt, van 16% naar 35%), Mediacollege Amsterdam (met 12 procentpunt van 33% naar 45%), ROC Ter AA (met 11 procentpunt van 5% naar 16%) en Noorderpoort (met 11 procentpunt van 11% naar 22%). Instellingen waar de vertegenwoordiging van vrouwen de afgelopen tien jaar relatief gezien het sterkst is toegenomen zijn ROC Ter AA (van 5% naar 16%), ROC Graafschap College (van 3% naar 7%), Albeda (van 6% naar 13%) en ROC Gilde Opleidingen (van 3% naar 7%).
Ratio m/v bètatechnisch mbo naar opleiding | Er zitten grote verschillen in de ratio m/v tussen verschillende bètatechnische opleidingen. In welke opleidingen zijn vrouwen oververtegenwoordigd, en in welke mannen?
Bètatechnische mbo-opleidingen waar in 2024/25 80% of meer van de instromende studenten vrouw is, zijn: Assistant Fashion Tailor (93% v), Medewerker productpresentatie (90% v), Decoratie- en restauratieschilder (89% v), Ruimtelijk vormgever (88% v), Fashion Tailor (85% v) en Allround stand- en decorbouwer (84% v). Er zijn nog enkele opleidingen waar minder dan eenvijfde van de instromers in 2024/25 man is, maar dat betreft hele kleine opleidingen (<10 instromers).
Er zijn in 2024/25 273 bètatechnische mbo-opleidingen. Daarvan is bij 209 opleidingen de vertegenwoordiging van mannen bij de instroom 80% of hoger. Van de 209 opleidingen waar mannen sterk zijn vertegenwoordigd in de instroom, zijn er 95 opleidingen waar geen enkele vrouw instroomt. Hierbij moet worden opgemerkt dat onder de opleidingen waar geen enkele vrouw instroomt, er 50 opleidingen zijn waar vijf of minder mannen instromen.
De tien grootste opleidingen waarbij mannen sterk zijn vertegenwoordigd (meer dan 80%), zijn Software developer (2.529 instromers, waarvan 91% man), Technicus engineering (1.746, wv. 97% m), Timmerman (1.666 wv. 99% m), Allround technicus voertuigen en mobiele werktuigen (1.533, wv. 96% m), Expert IT systems and devices (1.414, wv. 95% m), Basis technicus voertuigen en mobiele werktuigen (1.184, wv. 96% m), Technisch specialist voertuigen en mobiele werktuigen (1.080, wv. 94% m), Monteur elektrotechnische installaties (1.061, wv. 99% m), Assistent metaal- elektro- en installatietechniek (1.056, wv. 98% m) en Eerste monteur elektrotechnische installaties in de gebouwde omgeving (908, wv. 97% m).
Aantal m/v bètatechnisch mbo naar opleiding | Voor welke bètatechnische mbo-opleidingen kiezen in absolute aantallen de meeste vrouwen en mannen? In de grafiek is de top-20 te zien waar mannen en vrouwen voor kiezen.
Wat daarbij als eerste opvalt, is dat de verspreiding over bètatechnische opleidingen verschilt tussen mannen en vrouwen. Hoewel de absolute aantallen van de instromers onder de mannen hoger liggen, kiezen mannen over het algemeen meer verspreid verschillende opleidingen dan vrouwen. Ditzelfde patroon is ook te zien bij de spreiding van mannen en vrouwen over de verschillende domeinen.
Vrouwen die kiezen voor een bètatechnische mbo-opleiding, kiezen in 2024/25 het vaakst voor de opleiding Mediavormgever (1.276) en Ruimtelijk vormgever (694). Samen bevatten zij 31% van de bètatechnisch instromende vrouwen. Er zijn in 2024/25 273 bètatechnische mbo-opleidingen; daardoor is het opvallend dat ongeveer een op de drie vrouwen kiest voor een van deze twee opleidingen.
Als mannen kiezen voor een bètatechnische mbo-opleiding, kiezen zij in 2024/25 het vaakst voor Software developer (2.295; 7% van de bètatechnisch instromende mannen, kiest deze opleiding), Technicus engineering (1.685) en Timmerman (1.642).
Aantal m/v bètatechnisch mbo naar instelling | Naar welke instellingen trekken mannen het meest toe die kiezen voor bètatechnische opleidingen, en waar trekken vrouwen juist het meest naartoe? In de grafiek is de top-20 instellingen te vinden waar mannen en vrouwen voor kiezen, wanneer zij beginnen aan een bètatechnische mbo-opleiding. Absolute aantallen hebben onder andere te maken met opleidingsaanbod (welke bètatechnische opleidingen worden aangeboden en op hoeveel locaties) en de instellingsgrootte (aantal vestigingen en totale omvang studenteninstroom).
Als vrouwen kiezen voor een bètatechnische mbo-opleiding, kiezen zij in 2024/25 het vaakst voor een opleiding aan het SiNTLUCAS (401), het Grafisch Lyceum R’dam (385), en C I B A P (309). Vrouwen zijn op deze instellingen ruim vertegenwoordigd bij de instroom in bètatechnische opleidingen (zie voor de ratio m/v de grafiek hierboven).
Als mannen kiezen voor een bètatechnische mbo-opleiding, kiezen zij het vaakst voor een opleiding aan het Koning Willem I College (1.775), ROC van Amsterdam (1.726) en het Deltion College (1.612). Deze instellingen hebben zowel een hoog totaalaantal instromers in bètatechnische opleidingen als een sterke oververtegenwoordiging van mannen in deze opleidingen (zie voor de ratio m/v de grafiek hierboven).