Logo Platform Talent voor Technologie

Kenmerken van de arbeidsmarkt technologie

In 2024 hebben 1.908.000 werkenden een technisch of ICT beroep (technologisch beroep). Van de werkzame beroepsbevolking heeft zodoende 19% een technologisch beroep.

Op deze pagina zijn cijfers te vinden over werkenden met technologische beroepen. Bijvoorbeeld werkzaamheid in technologische sectoren, opleidingsachtergrond en welke beroepen het vaakst voorkomen.

De data op deze pagina zijn afkomstig van het CBS-maatwerk Arbeidsdeelname van technici, 2013-2024.

De arbeidsmarktdata worden jaarlijks geüpdatet. Het betreft hier een update van december 2025.

Kenmerken van de arbeidsmarkt technologie

Ontwikkeling aantal personen met een technologisch beroep | In de periode 2013 tot 2024 is het aantal personen met een technologisch (techniek of ICT) beroep toegenomen met 419.000. In 2013 hadden naar schatting 1.489.000 personen een technologisch beroep. In 2024 is dit toegenomen naar 1.908.000 personen. Dat is een stijging van 28%. In 2024 is ten opzichte van het jaar ervoor (2023) het aantal personen met een technologisch beroep toegenomen met 2,5% (47.000 personen). De totale werkzame beroepsbevolking is afgelopen jaar relatief minder sterk toegenomen, van 9.737.000 in 2023 naar 9.798.000 personen in 2024 (+0,6%).1

1. Bron: CBS, Werkzame beroepsbevolking; beroep, 2025.

Ontwikkeling aantal personen naar type technologisch beroep | Het aantal personen met ICT beroepen en overige technische beroepen is toegenomen sinds 2013.1  Het gaat bij ICT beroepen om een toename van 265.000 personen en bij overige technische beroepen om een toename van 205.000 personen. Onder overige technische beroepsgroepen verstaan we bijvoorbeeld ingenieurs, werktuigbouwkundigen en procesoperators (zie in de maatwerktabel alle beroepsgroepen per categorie). Als onderdeel van de stijging van het aantal ICT beroepen is het aantal software- en applicatieontwikkelaars naar schatting met 133% gestegen ten opzichte van 2013. In 2024 hebben zo’n 382.000 personen dit beroep, ongeveer 218.000 meer personen dan in 2013.2

Het aantal personen met een technisch ambacht is in de periode 2013-2024 juist gedaald met 52.000 personen. Welke beroepsgroepen onder deze categorie worden geschaard, is ook in de maatwerktabel te vinden. Onder technische ambachten vallen onder meer de beroepsgroepen automonteurs, bouwarbeiders, stratenmakers, timmerlieden, dakdekkers, stukadoors, glaszetters, loodgieters, lassers, machinemonteurs, metaalbewerkers, elektriciens en elektronicamonteurs. Dit betreft beroepsgroepen met ernstig (aanhoudend) tekort aan personeel.3

Het laatste jaar is er een lichte groei van het aantal personen met een technisch ambacht (+13.000), overig technisch beroep (+28.000) of ICT beroep (+5.000).

Qua opleidingsachtergrond, zien we in het laatste jaar een stijging van het aantal personen dat basis opgeleid is en een technologisch beroep heeft (+19.000) of middelbaar opgeleid (+28.000). Het aantal hbo/wo-opgeleiden met een technologisch beroep is gelijk gebleven op 742.000.

1. De indeling van beroepsgroepen in verschillende typen (ICT, overig technisch en ambacht), zijn te vinden in het CBS-Maatwerk.
2. Berekend uit het percentage software- en applicatieontwikkelaars onder de werkzame personen in technische beroepen.
3. Zie voor de meest actuele cijfers over krapte per beroepsgroep de website van het UWV op Dashboard Spanningsindicator (werk.nl)

De meest voorkomende technologische beroepen waarbinnen personen werkzaam zijn, per opleidingsniveau:

  • Hbo/wo-opgeleiden: software- en applicatieontwikkelaars, ingenieurs (geen elektrotechniek), biologen en natuurwetenschappers, architecten, databank- en netwerkspecialisten, technici bouwkunde en natuur en elektrotechnische ingenieurs (samen 84% van de hbo/wo-opgeleide personen met een technologisch beroep of 623.000 personen).
  • Middelbaar opgeleiden (havo, vwo, mbo-2,-3,-4): software- en applicatieontwikkelaars, technici bouwkunde en natuur, elektriciens en elektronicamonteurs, productieleiders industrie en bouw, timmerlieden, databank- en netwerkspecialisten en machinemonteurs (samen 50% of 362.500 personen).
  • Basis opgeleiden (basisonderwijs, vmbo, mbo-1): productiemachinebedieners, hulpkrachten bouw en industrie, timmerlieden, bouwarbeiders ruwbouw, elektriciens en elektronicamonteurs, software- en applicatieontwikkelaars en productieleiders industrie en bouw (samen 50% of 215.000 personen).

Verdeling technici over technologische sectoren| Van de 1.908.000 personen met een technologisch beroep is in 2024 50% (946.000 personen) werkzaam in een van de zeven technologische sectoren. Dit percentage is de afgelopen jaren afgenomen. Het is 5 procentpunt lager dan in 2013; toen werkte 55% van de personen met een technologisch beroep in een van de technologische sectoren. Drie sectoren zijn het grootste qua aantal personen met een technologisch beroep: bouw, ICT en metaalindustrie. 70%1 van de personen die werken in een technologische sector (in een technologisch beroep), bevindt zich in een van deze drie sectoren.

1. Door tussentijdse afronding tellen percentages in de grafiek niet altijd op tot 100%.

Achtergrondkenmerken van technici per sector | Voor de leeftijdsverdeling van werkenden in een technologisch beroep geldt dat de ICT-sector afwijkt ten opzichte van de andere sectoren. In de ICT-sector werken relatief jonge mensen; 44% van degenen met een technologisch beroep is jonger dan 35 jaar en 11% is 55 jaar of ouder. Voor de andere technologische sectoren geldt dat van degenen met een technologisch beroep gemiddeld 32% jonger is dan 35 jaar en 25% 55 jaar of ouder.

Er is variatie in de opleidingsachtergrond van werknemers in verschillende sectoren. Van de personen in de ICT-sector met een technologisch beroep is 62% hbo/wo-opgeleid. De overige industrie, bouw en voedings- en genotmiddelenindustrie zijn sectoren met relatief weinig hbo/wo-opgeleide personen met een technologisch beroep (respectievelijk 12%, 13% en 19%).

Ontwikkeling aantal technici per sector ten opzichte van 2013 | De afgelopen jaren hebben verschuivingen plaatsgevonden in het aantal werkenden met technologische beroepen bij de verschillende sectoren. In de grafiek is de ontwikkeling per sector ten opzichte van 2013 weergegeven. De ICT sector is de grote stijger, met een toename van 109% van het aantal personen met een technologisch beroep. Het gaat in absolute aantallen om +100.000 in 2024 ten opzichte van 2013.1

De energie en delfstoffensector kent de laatste jaren weer een stijging. Het aantal technologische banen in die sector nam af met 19% tussen 2013 en 2018. Daarna begon het aantal te stijgen en het aantal personen met een technologisch beroep ligt in die sector nu 39% hoger dan in 2013 (+12.000 personen).

1. Let op dat ICT beroep en ICT sector verschillende definities zijn. ICT beroepen worden gedefinieerd door de werkzaamheden in de baan. ICT sector gaat om het segment waarin een beroep zich bevindt. Een ICT beroep kan zich zowel binnen als buiten de ICT sector bevinden.

Grootte van bedrijven waar mensen met een technologisch beroep werken | 34% van de personen met een technologisch beroep werkt in het grootbedrijf; een bedrijf met meer dan 250 werknemers. 63% van de personen met een technologisch beroep werkt in een mkb-bedrijf (1 tot 250 werknemers). Er zijn geen referentiedata beschikbaar die helemaal aansluiten op deze definitie. Wel zijn data bekend van een andere meetmethode en een andere definitie van bedrijfsgrootte.1 Daaruit blijkt dat in 2024 44% van de werknemers werkt in grootbedrijf van 500 of meer personen. Personen met een technologisch beroep werken dus vaker bij mkb/kleinere bedrijven dan gemiddeld.

Van personen met een technologisch beroep, werken mannen en basis/middelbaar opgeleiden vaker bij het mkb. Vrouwen met een technologisch beroep werken in 41% van de gevallen bij grootbedrijf (250 of meer werknemers), bij mannen is dit 32%.

Basisopgeleiden met een technologisch beroep werken in 75% van de gevallen in het mkb (21% grootbedrijf). Van de middelbaar opgeleiden met een technologisch beroep werkt 71% bij mkb (27% grootbedrijf). Van de personen met een technologisch beroep en hbo/wo-opleiding werkt 51% bij het mkb; een lager aandeel dus. 48% van deze groep werkt bij het grootbedrijf.

Bij de verschillende leeftijdscategorieën zijn er kleine verschillen zichtbaar. 33% van de 55-plussers in een technologisch beroep werkt in een bedrijf van 250 of meer werknemers, terwijl 66% van de 55-plussers met een technologisch beroep bij een midden- of kleinbedrijf werkt. Bij personen onder de 35 jaar werkt 64% bij mkb (34% bij een grootbedrijf) en van de technici tussen 35 en 54 jaar is dat 63% (34% grootbedrijf).

Werkenden in de technologie naar opleidingsachtergrond | In 2024 is het grootste gedeelte van de personen met een technologisch beroep hbo/wo-opgeleid (39%). 38% van degenen met een technologisch beroep is middelbaar opgeleid en 23% is basisopgeleid.

Vrouwen met een technologisch beroep zijn relatief vaak hbo/wo-opgeleid: 55%, ten opzichte van 36% van de mannen met een technologisch beroep.

Personen tot 35 jaar en van 35 tot en met 54 jaar met een technologisch beroep hebben ook relatief vaker een hbo- of wo-opleiding gedaan (respectievelijk 42% en 41%) dan personen van 55 jaar of ouder met een technologisch beroep (29%).1

1. Door afronding tellen percentages niet altijd op tot 100%.

(Niet)technologische opleidingsachtergrond personen met technologische beroepen | 50% van de personen die in 2024 een technologisch beroep uitvoerden, is technologisch opgeleid. Dit percentage is sinds 2018 gelijk gebleven. Het aandeel dat werkzaam is in een technologisch beroep en geen technologische opleiding heeft gevolgd is 44%. Van 6% van de personen die werkt in een technologisch beroep is de opleiding onbekend.

Er zijn verschillen tussen opleidingsniveaus; werkenden met technologische beroepen met basis opleidingsniveau hebben minder vaak een technologische opleiding gevolgd (32%) dan middelbaar (53%) en hbo/wo-opgeleiden met een technologisch beroep (59%).

Gevolgde onderwijsrichting van werkenden in de technologie | Welke gevolgde opleidingsrichtingen komen vaak voor onder personen met een technologisch beroep? Het totaalaantal werkenden met een technologisch beroep is in 2024 1.908.000.

De onderwijsdiploma’s die het vaakst voorkomen bij personen in technologische beroepen:

  1. Techniek, industrie en bouwkunde (37%)
  2. Algemeen (17%)
  3. Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening (11%)

Per opleidingsniveau wisselt de studierichting van personen in technologische beroepen.

Onder basisopgeleiden in een technologisch beroep heeft 41% algemeen onderwijs gehad en 32% een diploma in techniek, industrie en bouwkunde.

Onder middelbaar opgeleiden in een technologisch beroep heeft 47% een diploma in de richting van techniek, industrie en bouwkunde en 19% is algemeen opgeleid.

Onder hbo/wo-opgeleiden in een technologisch beroep heeft 31% een diploma in de richting van techniek, industrie en bouwkunde, 17% een diploma in de richting van recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening, 17% een informatica-diploma en 11% een wiskunde en natuurwetenschappendiploma.

Opvallend is het aandeel met een diploma recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening onder hbo/wo-opgeleiden met een technologisch beroep. In data gebundeld van 2019-2024 is de onderwijsrichting verder uitgesplitst.1 Daaruit is op te maken dat personen met een technologisch beroep in deze categorie gediplomeerden relatief vaak de opleidingsrichting management bedrijfs- en personeelswetenschappen hebben gevolgd.

1. Waar data van de hoofdrichtingen gebaseerd zijn op meetjaar 2024 van de Enquête Beroepsbevolking (EBB), representeren subrichtingen het gemiddelde van meetjaar 2019-2024 van de EBB. Subrichtingen kunnen vanwege kleine aantallen alleen berekend worden als een aantal jaren tegelijk geanalyseerd worden.

Technologisch gediplomeerden werkzaam in (niet)technologische beroepen | Technologisch opgeleiden komen terecht in zowel technologische als niet-technologische beroepen en sectoren. Van alle werkende technologisch opgeleide personen heeft:

  • 29% een technologisch beroep in een technologische sector;

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een CNC-verspaner in een metaalbedrijf.

  • 25% een technologisch beroep in een niet-technologische sector of sector onbekend;

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een (ICT-)systeembeheerder die bij de overheid werkt.

  • 11% een niet-technologisch beroep in een technologische sector

Denk hierbij aan een leidinggevende in een bouwbedrijf.

  • 34% een niet-technologisch beroep in een niet-technologische sector of sector onbekend.

Denk bijvoorbeeld aan een bioloog die werkt als docent op een middelbare school. Of een wiskundige als consultant bij een adviesbureau.

De 45% met een niet-technologisch beroep betekent dus niet per definitie dat het gaat om ‘weglek’, een kwart van hen werkt bijvoorbeeld in een technologische sector. Uit onderzoek van hogeschool Saxion en Universiteit Twente1 enkele jaren terug, bleek dat 82% van hun technologisch gediplomeerden aangeeft technologische kennis nodig te hebben voor zijn/haar functie, hoewel alleen de helft van hen in een technologisch beroep terechtkomt.

Het percentage technologisch opgeleiden dat in een technologisch beroep werkt neemt af met de leeftijd: in 2024 gaat het bij technici onder de 35 jaar om 59% in een technologisch beroep, voor technici tussen de 35 tot en met 54 jaar om 55%, terwijl het bij de 55-plussers om 48% gaat. Met name hbo/wo-opgeleide 55-plussers met een technologische studieachtergrond werken in niet-technologische beroepen (55%). Dit is deels verklaarbaar doordat zij regelmatig doorgroeien naar een leidinggevende functie, al dan niet in een technologische omgeving. Leidinggevende functies worden niet meegerekend tot de technologische beroepen, terwijl bij de betreffende functie vaak wel technologische kennis en ervaring gewenst is.

Relatief weinig vrouwen met een technologische opleiding werken in een technologisch beroep: 33% ten opzichte van 59% van de mannen.

Gediplomeerden in technologische beroepen per studierichting | Welke (niet-)technologische opleidingen leiden relatief vaak tot een technologisch beroep?

De opleidingsrichtingen die vaak leiden tot een technologisch beroep zijn informatica en techniek, industrie en bouwkunde. Personen met een informaticadiploma werken in 62% van de gevallen in een technologisch beroep. Bij personen met techniek-, industrie- en bouwkundediploma’s is dit bij 54% het geval.

Studierichtingen waarbij relatief weinig personen een technologisch beroep hebben, zijn gezondheidszorg en welzijn (4%) en onderwijs (4%). Van de andere studierichtingen is het aandeel afgestudeerden dat een technologisch beroep heeft 10% of meer. Landbouw, diergeneeskunde en -verzorging en vormgeving/kunst/talen/geschiedenis steken er als ‘niet-technologische’ richtingen bovenuit met percentages van respectievelijk 16 en 19%.

Binnen de grote onderwijscategorieën verschillen subrichtingen1 als het gaat om het percentage afgestudeerden dat in een technologisch beroep werkt. Subgroepen met het hoogste percentage afgestudeerden in een technologisch beroep zijn elektronica en industriële automatisering (65%), gevolgd door softwareontwikkeling en systeemanalyse (62%) en elektro- en energietechniek (62%). Ook van afgestudeerden in de richtingen bouwkunde en civiele techniek (57%) en ontwerp en beheer van databases en netwerken (58%) zijn relatief veel aan het werk in een technologische functie.

Binnen de hoofdcategorie “vormgeving, kunst, talen en geschiedenis” zijn de verschillen tussen subrichtingen het grootst. Ter illustratie: 29% van de (werkende) afgestudeerden in audiovisuele techniek en mediaproductie heeft een technologisch beroep en 27% van de afgestudeerden mode-, interieur-, en industriële vormgeving. Tussen de 10% en 17% van de afgestudeerden van de volgende richtingen heeft een technologisch beroep: kunstnijverheid (17%), beeldende kunst en kunstgeschiedenis (16%), geschiedenis, archeologie (13%), filosofie en ethiek (11%), moedertaal, literatuur en taalwetenschap (10%) en vreemde talen (10%). Aan de andere kant werken bijvoorbeeld afgestudeerden muziek en theater (8%) en theologie en levensbeschouwing (6%) minder vaak in een technologisch beroep.

1. Data van subrichtingen zijn te vinden in het CBS maatwerk. Waar data van de hoofdrichtingen gebaseerd zijn op meetjaar 2024 van de Enquête Beroepsbevolking (EBB), representeren subrichtingen het gemiddelde van meetjaar 2019-2024 van de EBB. Subrichtingen kunnen vanwege kleine aantallen alleen berekend worden als een aantal jaren tegelijk geanalyseerd worden.

Niet-technologische beroepen waarin personen met een technologische opleidingsachtergrond werken | Een deel van de personen met een technologische achtergrond, werkt in een niet-technologisch beroep (45%). De beroepsgroepen waar zij vaak in terecht komen, zijn:

  • Basisopgeleide technici: vrachtwagenchauffeur, transportplanner en logistiek medewerker of lader, losser en vakkenvuller (samen 29% van de niet-technologische beroepen).
  • Middelbaar opgeleide technici: transportplanner en logistiek medewerker, manager productie of verkoopmedewerker detailhandel (samen 24% van de niet-technologische beroepen).
  • Hbo/wo-opgeleide technici: bedrijfskundige en organisatieadviseur, adviseur marketing, public relations en sales of grafisch vormgever en productontwerper (samen 20% van de niet-technologische beroepen).