Logo Platform Talent voor Technologie

Arbeidsvraag- en tekorten

Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en hebben grote gevolgen voor de arbeidsmarkt: de wereld verandert zowel maatschappelijk als economisch gezien. Er ontstaan nieuwe beroepen en werkvormen, terwijl er ook beroepen verdwijnen en bestaande functies veranderen. Hoe ontwikkelt de vraag naar techniek en ICT zich momenteel? Voor welke functies zijn vacatures moeilijk te vervullen? En hoe verhoudt de arbeidsvraag zich tot werkloosheidscijfers onder personen met een technische opleidingsachtergrond? Cijfers over de ontwikkeling van de vraag naar technisch personeel vind je hier. 

De arbeidsmarktdata worden regelmatig geactualiseerd. Het betreft hier een update van april 2026.

Arbeidsvraag- en tekorten

Vacatures in de techniek | Vanaf 2016 is het aantal openstaande vacatures voor technische beroepen flink gestegen. In de grafiek is een knip te zien in de data voor en na 2023, vanwege een wijziging in de methode.1 De cijfers voor en na 2023 kunnen niet met elkaar worden vergeleken. Sinds 2023 is het aantal openstaande vacatures voor technische beroepen continu boven de 65.000. In het vierde kwartaal van 2025 gaat het naar schatting om 67.800 openstaande technische vacatures. Uitgesplitst naar beroepsniveau betreft het 4.800 openstaande vacatures op beroepsniveau 1, 38.900 op beroepsniveau 2, 10.300 op beroepsniveau 3 en 13.900 op beroepsniveau 4.2

1. Bron: UWV. Zie hier voor informatie over de methodologie. Zie hier de Lijst met technische beroepen per beroepsniveau.
2. De beroepsniveaus zijn volgens de ISCO-indeling. Beroepsniveau 1: eenvoudige routinematige taken; elementair of lager onderwijsniveau vereist. Beroepsniveau 2: weinig tot middelmatig complexe taken; lager of middelbaar onderwijsniveau vereist. Beroepsniveau 3: complexe taken; middelbaar of hbo/wo onderwijsniveau vereist. Beroepsniveau 4: zeer complexe gespecialiseerde taken; hbo of wetenschappelijk onderwijsniveau vereist.

Spanningsindicator technische beroepen | UWV analyseert de verhouding tussen vraag en aanbod van arbeid. De spanningsindicator geeft de verhouding weer tussen het aantal openstaande vacatures en kortdurend werkzoekenden. Hoe krapper, dus hoe roder de kaartjes, hoe meer vacatures en hoe minder werkzoekenden. Voor werkgevers is het in een krappe arbeidsmarkt moeilijk om personeel te vinden. In de kaart is te zien dat in er het vierde kwartaal van 2025 in alle arbeidsmarktregio’s sprake is van een krappe tot zeer krappe arbeidsmarkt voor technische beroepen. Bron: UWV, 2026.

Vacatures in de ICT | In de grafiek is een knip te zien in de data voor en na 2023, vanwege een wijziging in de methode.1 De cijfers voor en na 2023 kunnen niet met elkaar worden vergeleken. Vanaf 2016 is het aantal openstaande vacatures voor ICT beroepen fors toegenomen gedurende een aantal jaren. In 2023 en 2024 nam het aantal openstaande vacatures af. In 2025 is het aandeel zeer licht gedaald en daardoor min of meer gelijk gebleven. In het vierde kwartaal van 2025 betreft het 18.800 openstaande vacatures voor ICT beroepen.2 Kijkend naar beroepsniveau, zien we dat ICT-beroepen/vacatures zich bevinden op beroepsniveau 3 en 4, maar niet 1 en 2.3 In het vierde kwartaal van 2025 waren er naar schatting 16.300 openstaande vacatures op beroepsniveau 4 en 2.500 op beroepsniveau 3.

 

1. Bron: UWV. Zie hier voor informatie over de methodologie. 
2. Bron: UWV. Zie hier de Lijst met ICT beroepen per beroepsniveau.
3. De beroepsniveaus zijn volgens de ISCO-indeling. Beroepsniveau 1: eenvoudige routinematige taken; elementair of lager onderwijsniveau vereist. Beroepsniveau 2: weinig tot middelmatig complexe taken; lager of middelbaar onderwijsniveau vereist. Beroepsniveau 3: complexe taken; middelbaar of hbo/wo onderwijsniveau vereist. Beroepsniveau 4: zeer complexe gespecialiseerde taken; hbo of wetenschappelijk onderwijsniveau vereist.



Spanningsindicator ICT-beroepen | UWV analyseert de verhouding tussen vraag en aanbod van arbeid. De spanningsindicator geeft de verhouding weer tussen het aantal openstaande vacatures en kortdurend werkzoekenden. Hoe krapper, dus hoe roder de kaartjes, hoe meer vacatures en hoe minder werkzoekenden. Voor werkgevers is het in een krappe arbeidsmarkt moeilijk om personeel te vinden. In de kaart is te zien dat in het vierde kwartaal van 2025 in 34 van de 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland de arbeidsmarkt voor ICT beroepen krap tot zeer krap is. In arbeidsmarktregio Flevoland is de krapte gemiddeld. Bron: UWV, 2026.

Moeilijk vervulbare vacatures in de techniek | Bijna de helft van de vacatures was volgens werkgevers moeilijk vervulbaar in het najaar van 2025 (45%). Dit blijkt uit onderzoek van het UWV.1 Dit is een daling ten opzichte van het jaar ervoor. De daling geldt alleen niet voor alle sectoren: in de bouwsector is het aandeel moeilijk vervulbare vacatures juist gestegen.

In de sector bouw is de vacaturegraad het hoogst van alle sectoren.2 Ook blijken de vacatures in die sector het lastigst te vervullen. Het aandeel moeilijk vervulbare vacatures ligt op 71%. Na de bouwsector is het aandeel moeilijk vervulbare vacatures het grootst in de sector industrie (53%).

Vacatures voor technische beroepen die werkgevers vaak noemen als moeilijk vervulbaar, zijn onder anderen monteurs, CNC-verspaners, lassers, productiemedewerkers, timmerlieden, metselaars, schilders, engineers, werkvoorbereiders/calculatoren en projectleiders.

Een gebrek aan sollicitanten is de grootste oorzaak dat de vacatures moeilijk kunnen worden ingevuld. Daarnaast zijn belangrijke oorzaken van de wervingsproblemen het niet voldoen aan de functie-eisen en de specialistische aard van het werk. Het gaat dus zowel om een kwantitatieve als kwalitatieve mismatch.

Technische beroepsgroepen die in het vierde kwartaal van 2025 te maken hebben met zeer grote krapte zoals in kaart gebracht door het UWV3, dus waarvoor het erg lastig is om personeel te vinden, zijn (elektrotechnisch) ingenieurs, productieleiders industrie & bouw, loodgieters & pijpfitters, bouwarbeiders afbouw, machinemonteurs, automonteurs, elektriciens & elektronicamonteurs, timmerlieden, assemblagemedewerkers, technici bouwkunde & natuur, productiemachinebedieners, metaalbewerkers & constructiewerkers, architecten en lassers & plaatwerkers.

Istock 1422090283

Moeilijk vervulbare vacatures in de ICT | Net als voor technische beroepen, geldt dat er langdurige grote vraag en krapte is op de arbeidsmarkt voor ICT-beroepen.1 Dit geldt voor de beroepsgroepen software- en applicatieontwikkelaars, databank- en netwerkspecialisten en gebruikersondersteuning ICT.2 Denk daarbij aan functies zoals programmeurs/developers, systeembeheerders, netwerkbeheerders, specialisten technische infrastructuur en netwerkengineers, security specialisten en webdevelopers (backend/technisch).

Binnen de sector Informatie en communicatie is gemiddeld 47% van de vacatures moeilijk vervulbaar in het najaar van 2025. 31,9% van de bedrijven in de ICT-sector ervaart in januari 2026 problemen in het verlenen van diensten door tekort aan personeel.3 Ongeveer tweederde van de ICT-beroepen bevindt zich buiten de ICT-sector4, dus ook andere sectoren worden getroffen door een tekort aan ICT-personeel.

Istock 1481351174

Werkloosheid technologisch opgeleiden | De werkloosheid onder personen met een technologische opleidingsachtergrond is sinds 2013 fors afgenomen: van 6,7% in 2013 tot 2,4% in 2022.1 De laatste twee jaar is het percentage licht gestegen tot 2,8% in 2024. Dat is in lijn met de licht stijgende werkloosheid in de gehele beroepsbevolking. Net als voorgaande jaren, zijn technologisch opgeleiden minder vaak werkloos dan gemiddeld: 2,8% van de technologisch opgeleiden, tegenover 3,7% gemiddeld in 2024.2

Technologisch opgeleiden jonger dan 35 jaar (4,7%) zijn relatief vaker werkloos dan technologisch opgeleiden tussen de 35 en 54 jaar (1,8%) en ouder dan 55 jaar (2,2%). In absolute aantallen gaat het om 28.000 personen onder de 35 jaar, 14.000 personen tussen de 35 en 54 jaar en 10.000 personen boven de 55 jaar. Dit patroon (hogere werkloosheid van personen onder de 35 jaar) is zichtbaar onder de gehele beroepsbevolking; 5,8% van de beroepsbevolking tot 35 jaar is in 2024 werkloos, 2,4% van degenen in de leeftijdscategorie 35 tot en met 54 jaar en 2,4% van de 55-plussers.

Hbo/wo-opgeleide technici zijn relatief vaker werkloos (3,3%) dan basisopgeleide (3,0%) en middelbaar opgeleide technici (2,2%). In 2024 waren er 8.000 basisopgeleide technici, 15.000 middelbaar opgeleide en 29.000 hbo/wo-opgeleide technici werkloos. In de totale beroepsbevolking is in 2024 de werkloosheid het hoogst onder van de basisopgeleiden (6,0%), gevolgd door middelbaar opgeleiden (3,3%) en hbo/wo-opgeleiden (2,8%).

1. Bron: CBS maatwerk, Arbeidsdeelname, beroep en sector van technici, 2013-2024.
2. Bron: CBS Arbeidsdeelname; kerncijfers. Bij de berekeningen is uitgegaan van de huidige standaarddefinities beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar en een 1-uursgrens. Dit geldt voor zowel de werkloosheid onder personen met een technologische opleidingsachtergrond als voor de werkloosheid onder de algemene beroepsbevolking.

Internationale studenten die in Nederland blijven | Vanuit het buitenland komen jaarlijks duizenden studenten in Nederland aan de universiteit of hogeschool studeren. Een deel van de internationale studenten vindt na hun studie in Nederland een baan. Vanaf het afstudeercohort in 2006 heeft Nuffic in kaart gebracht of gediplomeerden in Nederland blijven. In de grafiek is zichtbaar welk percentage van de internationale studenten in de natuur- en techniekrichting1 vijf jaar na het behalen van hun diploma nog in Nederland is. Dit is vergeleken met het percentage afgestudeerden in andere richtingen. Te zien is dat relatief meer afgestudeerden van een natuur- en techniekstudie na vijf jaar nog in Nederland zijn. In meetjaar 2023 (afstudeercohort 2018) gaat het om ongeveer 43% van natuur- en techniek gediplomeerden en 27% van gediplomeerden in andere studierichtingen. 

De ontwikkeling van het absolute aantal internationale studenten is niet uit de grafiek af te lezen. Het totaalaantal afgestudeerde internationale studenten is gegroeid van 8.423 in 2006 (waarvan 2.190 blijvers vijf jaar later) tot 23.970 in 2015 (waarvan 7.220 blijvers vijf jaar later). Totale absolute aantallen zijn dus toegenomen. Dit geldt ook voor de subgroep natuur- en techniekstudenten. Het absolute aantal afgestudeerden in 2006 was 1.276, waarvan er 485 nog in Nederland waren in 2011. Van de 4.465 afgestudeerden in 2018, waren er in 2023 nog 1.920 in Nederland.2 Het absolute aantal blijvende (natuur en techniek) gediplomeerde internationale studenten is dus ongeveer verviervoudigd.

1. De indeling is gebaseerd op de ‘HOOP-gebieden’ van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wat staat voor Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan. Deze indeling bestaat uit de gebieden: gezondheidszorg, landbouw & natuurlijke omgeving, economie, recht, gedrag & maatschappij, taal & cultuur, onderwijs, natuur, techniek en sectoroverstijgend.
2. Bron cijfers: Nuffic, 2025.