In het dashboard Onderwijs-Arbeidsmarkt Technologie is er speciale aandacht voor de keuzes die mannen en vrouwen maken in hun (onderwijs)loopbaan. Binnen het thema hoger onderwijs geven data antwoord op de volgende vragen: welk deel van de mannen en welk deel van de vrouwen die instromen in het ho, kiezen voor bètatechniek? In welke verhoudingen resulteert dat, en hoe zit dat per instelling? Naar welke specifieke bètatechnische opleidingen trekken mannen en vrouwen toe, en in welke man/vrouw-verhoudingen resulteert dat?
De onderwijscijfers worden jaarlijks geüpdatet. Het betreft hier een update van 26 juni 2025.
M/V aandeel instroom bètatechniek in het hoger onderwijs | Binnen het hoger onderwijs kiezen vrouwen in 2024/25 nog altijd minder vaak voor een bètatechnische opleiding dan mannen. Op het hbo is het aandeel vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding momenteel gelijk aan 13%, tegenover 35% bij de mannen. Op het wo ligt dit aandeel voor zowel mannen als vrouwen hoger. Hier kiest 27% van de vrouwen en 45% van de mannen voor een bètatechnische opleiding. Het verschil tussen mannen en vrouwen is op het wo kleiner dan op het hbo.
In de afgelopen tien jaar is er sprake van kleine veranderingen. Onder vrouwen is het aandeel dat kiest voor bètatechniek zowel in het hbo als in het wo ten opzichte van 2014/15 licht gestegen. Op het hbo van 10% naar 13% en op het wo van 25% naar 27%. Onder mannen in het hbo is het aandeel keuze bètatechniek iets lager in 2024/25 (35%) dan in 2014/15 (36%); in het wo juist iets hoger (45% ten opzichte van 44% tien jaar geleden). Het laatste jaar is er weinig veranderd; alleen het aandeel mannen dat instroomt in bètatechnisch hbo is 1 procentpunt lager, verder zijn er geen wijzigingen.
Ratio m/v instroom bètatechniek in het hoger onderwijs | In 2024/25 is de man/vrouw verhouding binnen de instroom van het bètatechnisch hbo 70% versus 30%. In het wo is deze verhouding 57% versus 43%.
Ten opzichte van tien jaar geleden is de vertegenwoordiging van vrouwen toegenomen. Binnen het hbo was in 2014/15 de vertegenwoordiging vrouwen 24% (t.o.v. 76% man), binnen het wo bestond toen 38% van de instromers uit vrouwen (t.o.v. 62% man). In het laatste jaar is het aandeel vrouwen in zowel het bètatechnisch hbo als wo licht toegenomen.
Ratio m/v bètatechnische instroom hbo naar instelling | De nieuwe bètatechnische studenten (instroom 2024/25) bestaan bij alle hbo-instellingen uit meer dan 50% mannen, uitgezonderd Hogeschool Van Hall Larenstein (52% vrouw). Er zijn tussen de hogescholen significante verschillen. Hieronder lichten we hogescholen uit waar vrouwen relatief sterk zijn vertegenwoordigd bij instroom in de bètatechniek, of juist sterk in de minderheid zijn. Het opleidingsaanbod van een instelling kan hierbij een rol spelen, aangezien mannen en vrouwen voorkeuren lijken te hebben voor verschillende opleidingen (zie grafieken over keuze voor specifieke opleidingen).
Instellingen waar vrouwen relatief veel zijn vertegenwoordigd bij de bètatechnische instroom, zijn Hogeschool Van Hall Larenstein (52% v/48% m), Hogeschool Leiden (47% v/53% m) en HAS Hogeschool (45% v/55% m).
Instellingen waar vrouwen flink in de minderheid zijn in de bètatechnische instroom, zijn Christelijke Hogeschool Ede (5% v/95% m), Chr. Hogeschool Windesheim (17% v/83% m), Fontys Hogescholen (22% v/78% m) en Zuyd Hogeschool (25% v/75% m).
Aantal m/v bètatechnische instroom hbo naar instelling | Als mannen en vrouwen instromen in een bètatechnische opleiding, voor welke hogescholen kiezen zij het vaakst? Cijfers in deze grafiek zijn mede afhankelijk van de grootte van een hogeschool en het opleidingsaanbod.
Vrouwen die in 2024/25 instromen bij een bètatechnische opleiding, gaan het vaakst naar de Hogeschool van Amsterdam (971), Hogeschool Utrecht (576) en Avans Hogeschool (540). Hoewel de vertegenwoordiging van de vrouwen bij bètatechnische opleidingen van deze instellingen onder de 35% ligt, is het absolute aantal het hoogste.
Mannen die kiezen voor een bètatechnische opleiding op het hbo, gaan vaak naar de Hogeschool van Amsterdam (1.883), maar ook naar Fontys Hogescholen (1.647) en Hogeschool Rotterdam (1.430).
Dat de Hogeschool van Amsterdam in zowel de top-drie van mannen als vrouwen voorkomt, is te verklaren door de grote totale omvang van de instroom in bètatechnische opleidingen aan deze instelling. Als we kijken naar geslacht, kiezen vrouwen echter specifiek vaker voor Hogeschool Utrecht, en mannen voor Fontys Hogescholen.
Ratio m/v bètatechnische instroom wo naar instelling | Op het wo is bij veel instellingen ongeveer de helft van de instromers aan de bètatechnische opleidingen vrouw. Ook hier geldt dat opleidingsaanbod een factor kan zijn die invloed heeft op het aantrekken van meer mannen of vrouwen.
De drie wo-instellingen waar in 2024/25 vrouwen het sterkst zijn vertegenwoordigd in de instroom in bètatechnische opleidingen, zijn Wageningen University (57% v/43% m), Universiteit Utrecht (56% v/44% m) en Maastricht University (54% v/46% m).
De instellingen waar de mannen juist het meest zijn vertegenwoordigd in de instroom in bètatechnische opleidingen, zijn Universiteit Twente (27% v/73% m), Technische Universiteit Eindhoven (30% v/70% m), en Technische Universiteit Delft (31% v/69% m).
Ratio m/v bètatechnische instroom wo naar opleiding | Op het wo zijn er, net als op het hbo, grote verschillen tussen bètatechnische opleidingen in de hoeveelheid mannen en vrouwen die instromen. Dat levert grote variatie op in de ratio mannen en vrouwen per opleiding.
Als we opleidingen met instroom van minimaal tien studenten in 2024/25 bekijken, zijn er 7 opleidingen waarin vrouwen 80% of meer van de instroom uit maken. Dit betreft de opleidingen b gezondheid en leven (90% v), m conservering en restauratie van cultureel erfgoed (87% v), b zorg, gezondheid & samenleving (86% v), m molecular medicine and innovative treatment (86% v), b brain science (84% v), m strategic product design (82% v) en b animal sciences (81% v).
Er zijn 224 bètatechnische wo-opleidingen met minstens tien instromers in 2024/25. Daarvan zijn er 23 waar juist mannen flink in de meerderheid zijn (80% of meer bij de instroom in 2024/25). In absolute aantallen zijn daarvan de grootste opleidingen b werktuigbouwkunde (1.136, wv. 87% m), b technische informatica (820, wv. 83% m), b electrical engineering (596, wv. 89% m), b technische natuurkunde (441, wv. 82% m), b informatica (409, wv. 85% m), b mechanical engineering (359, wv. 85% m) en b technical computer science (289, wv. 82% m).
Veel wo-opleidingen kennen grote stijgingen in de vertegenwoordiging van vrouwen. We lichten een aantal voorbeelden uit van grotere opleidingen waarin het aandeel vrouwen dat zich inschrijft in tien jaar tijd flink is toegenomen. De ratio m/v flink is veranderd bij bijvoorbeeld b industrial design (van 37% naar 61% v), b spatial planning and design (van 23% naar 44% v) en b creative technology (van 27% naar 45% v). Relatief grote stijgingen sinds 2014/15 hebben plaatsgevonden bij studies waarin vrouwen sterk ondervertegenwoordigd waren, zoals b natuurkunde (van 9% naar 29% v), b computer science (van 8% naar 25% v), b data science and artificial intelligence (van 13% naar 30% v), b technische informatica (toegenomen van 8% naar 17% v), b informatica (van 8% naar 15% v) en b natuur- en sterrenkunde (van 17% naar 31% v). Opleidingen die pas na het jaar 2014/15 gestart zijn, zijn logischerwijze niet meegenomen.
Aantal m/v bètatechnische instroom wo naar opleiding | Ook op het wo is te zien dat vrouwen andere keuzes maken als het gaat om bètatechnische opleidingen dan mannen. Wat daarbij opvalt, is dat mannen zich meer verdelen/spreiden over verschillende opleidingen, en vrouwen vaker kiezen voor bepaalde bètatechnische studies. Dit patroon zien we ook terug op het mbo en hbo.
Als vrouwen kiezen voor een bètatechnische wo-opleiding, kiezen zij in 2024/25 vaak voor b liberal arts and sciences (972), b biologie (519), b biomedische wetenschappen (457), b bouwkunde (387) en b farmacie (325).
Als mannen kiezen voor een bètatechnische wo-opleiding, kiezen zij in 2024/25 het vaakst voor b werktuigbouwkunde (986), b technische informatica (677), b electrical engineering (530), b econometrie en operationele research (441) en b biologie (397).
Aantal m/v bètatechnische instroom wo naar instelling | Als mannen en vrouwen instromen in een bètatechnische opleiding, voor welke universiteiten kiezen zij het vaakst? Cijfers in deze grafiek zijn mede afhankelijk van de grootte van een universiteit en het opleidingsaanbod.
Vrouwen die in 2024/25 instromen bij een bètatechnische opleiding aan de universiteit, gaan het vaakst naar Universiteit Utrecht (1.552), Technische Universiteit Delft (1.483) en Wageningen University (1.186). Als we daarbij kijken naar de instroomratio’s, blijken zowel de Universiteit Utrecht als Wageningen University een relatief grote vertegenwoordiging van vrouwen te hebben bij de instroom in bètatechnische opleidingen.
Mannen die een bètatechnische universitaire studie starten, gaan het vaakst naar Technische Universiteit Delft (3.281), Technische Universiteit Eindhoven (2.172) en Universiteit Twente (1.336).
Als we kijken naar geslacht, zien we dat de Technische Universiteit Delft in de top-drie van zowel mannen als vrouwen voorkomt. Dit kan worden verklaard uit het hoge totaalaantal studenten dat aan deze universiteit instroomt in bètatechnische studies. Waar wel een verschil zit, is dat vrouwen vaker voor een bètatechnische opleiding bij Universiteit Utrecht en Wageningen University kiezen en mannen juist relatief vaker voor Technische Universiteit Eindhoven en Universiteit Twente.
Ratio m/v bètatechnische instroom hbo naar opleiding | Er zijn grote verschillen in de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de instroom van individuele opleidingen.
Bètatechnische hbo-opleidingen waar de vertegenwoordiging van vrouwen in de instroom van 2024/25 het sterkst is (driekwart of meer) zijn: b farmakunde (87% v), b forensisch onderzoek (83% v), b fashion & textile technologies (80% v), b forensisch laboratoriumonderzoek (79% v), b medisch beeldvormende en radiotherapeutische technieken (77% v) en b food innovation (75% v). Bij de hbo-opleiding m master digitale technologie zijn uitsluitend vrouwen ingestroomd, en bij m innovative textile development 80% v, maar dit betreft heel kleine aantallen (instroom <10).
Er zijn 102 bètatechnische hbo-studies met minimaal tien instromers in 2024/25. Daarvan zijn er 48 opleidingen waarvan 80% of meer van de instroom bestaat uit mannen. Van 24 van de 48 opleidingen is zelfs 90% of meer van de instromers man; waarvan voor 3 opleidingen geldt dat er uitsluitend mannen zijn ingestroomd in 2024/25 (100%).
De tien grootste opleidingen qua absolute aantallen waar mannen sterk in de meerderheid zijn bij de instroom (80% of meer), zijn b hbo-ICT (3.326 instromers, waarvan 87% man), b werktuigbouwkunde (1.091, wv. 91% man), b technische bedrijfskunde (957, wv. 90% man), b informatica (904, wv. 84% man), b elektrotechniek (583, wv. 92% man), b engineering (495 wv. 87% man), b automotive (410, wv. 93% man), b civiele techniek (372, wv. 89% man), b mechatronica (308, wv. 89% man) en b aviation (323, wv. 82% man). De grootste opleiding met 100% mannen in de instroom is de opleiding ad projectleider techniek (23 instromers).
De afgelopen tien jaar is de vertegenwoordiging van vrouwen in een aantal opleidingen opvallend toegenomen. Voorbeelden hiervan zijn b milieukunde (techniek) (van 28% naar 65%, een toename van 37 procentpunt), b bos- en natuurbeheer (van 14% naar 45%; +31 procentpunt), b communication and multimedia design (van 39% naar 61%; +22 procentpunt), b bouwkunde (van 20% naar 37%, +17 procentpunt), b built environment (van 22% naar 36%, +14 procentpunt), en b ruimtelijke ontwikkeling (van 25% naar 37%, +12 procentpunt).
In een aantal opleidingen heeft een relatief sterke groei van vertegenwoordiging vrouwen plaatsgevonden, omdat zij in eerste instantie erg ondervertegenwoordigd waren. Voorbeelden van deze opleidingen zijn: b mechatronica (van 3% naar 11% v), b luchtvaarttechnologie (van 7% naar 22%), b automotive (van 2% naar 7% v), b technische informatica (van 4% naar 12% v), b werktuigbouwkunde (van 3% naar 9% v) en b informatica (van 6% naar 16% v). De opleidingen die pas na 2014/15 gestart zijn (en de opleidingen met minder dan tien studenten) zijn hier niet in meegenomen.
Aantal m/v bètatechnische instroom hbo naar opleiding | Mannen en vrouwen hebben verschillende voorkeuren voor bètatechnische studies. Hoewel de absolute aantallen mannen die kiezen voor bètatechnische opleidingen hoger liggen, zie je bij deze groep ook meer spreiding over verschillende opleidingen (hbo-ict uitgezonderd, die een erg hoge instroom van mannen kent). Vrouwen hebben een meer specifieke voorkeur voor bepaalde bètatechnische opleidingen, en verspreiden zich minder over verschillende opleidingen.
Als vrouwen kiezen voor een bètatechnische hbo-opleiding, kiezen zij in 2024/25 het vaakst voor b biologie en medisch laboratoriumonderzoek (927), b communication and multimedia design (695), b bouwkunde (498) en b hbo-ict (426).
Als mannen kiezen voor een bètatechnische hbo-opleiding, kiezen zij vaak voor b hbo-ict (2.900), b werktuigbouwkunde (992), b technische bedrijfskunde (857), b bouwkunde (838) en b informatica (762).